Arik Visser (Delft, 1978) onderzoekt in zijn werk structuren, verhoudingen, hiërarchieën, normen en begrippen binnen de kunst en maatschappij. Als kunstenaar ziet hij zichzelf als observator en -hieruit concluderend- als manipulator. De werken die hieruit ontstaan zijn acties, installaties, ruimtelijke werken, video -werken en -registraties.

In het werk 'transformaties' onderzoekt hij de grens of juist het ontbreken van een grens tussen een sculptuur en een alledaags voorwerp. De aard van het oppervlak van zijn objecten verandert hij waardoor de identiteit wijzigt en de functie verdwijnt. De fysieke handelingen van de kunstenaar (als beeldhouwer) spelen bij deze veranderingen een belangrijke rol.
Hij voorziet bijvoorbeeld een deur of een wasbak, ter plaatse of op film, van een kleilaag waarbij de vraag gesteld kan worden in hoeverre het een sculptuur is geworden of nog een functioneel gebruiksvoorwerp is gebleven.

Soms smijt hij de klei op de voorwerpen en soms, in een andere setting, projecteert hij de structuur van de klei op een voorwerp. De structuur en daarmee het sculptuur- idee is daar dus een illusie.

Op video brengt hij klei aan op een gezicht van een model (verdund, met kwast of droog). Bij de ene video lukt het aanbrengen wel en oogt het gezicht als een klassiek esthetisch beeldhouwwerk . In deze video speelt,
naast beeldhouwen, ook schilderen als medium een rol. Bij de andere video is het droge materiaal en de huid van het model weerspannig (de klei verbrokkelt steeds). Een 'menselijke' laag speelt dan mee en in hoeverre hij een mens als object kan gebruiken. Een ethische kwestie wordt hier aangeraakt.

Dit gebeurt op een andere manier in de video 'project 1' en 'project 3' (i.s.m. Sander Houtkrijer) waarbij de 'heilige koe'wordt gestenigd of vernietigd door vuur. De status van de auto verandert en is als zodanig niet meer bruikbaar. Het pokdalige, vernielde oppervlak doet weer denken aan een sculptuur.

Ook haalt hij directeuren van kunstacademies uit hun eigen normale werkomgeving en plaats ze tijdens een tentoonstelling achter een bureau in een kantoorsetting. Daar zijn ze tegelijkertijd directeur van hun academie en oefenen hun beroep uit, maar tevens zijn ze ook kunstwerk in een tentoonstelling. Benadert het publiek hun als kunstvoorwerp of in hun functie als directeur?

ARIK VISSER Academie Minerva Groningen, 2001-2005 - Sandberg instituut, Amsterdam 2005